In onze podcastreeks praten wetenschappers en experts over alles wat te maken heeft met technologie, onderwijs en innovatie. Dit keer staat het maakonderwijs centraal. Te gast is Astrid Poot: activist, vrijdenker, ontwerper en auteur van Maken in de klas. Ze vertelt over haar missie om kinderen te laten ervaren dat techniek niet iets magisch en ontoegankelijks is, maar een middel waarmee je de wereld naar je hand kunt zetten.
Astrid Poot over de wereld van maakplaatsen
In deze Techkwadraat-podcast is Astrid Poot te gast. Astrid is maker, denker en onvermoeibaar pleitbezorger van creatieve technologie en maakonderwijs. Samen duiken we in de wereld van Maakplaatsen: plekken waar kinderen spelenderwijs technologie, ontwerp en zelf maken ontdekken. We bespreken waarom Maakplaatsen onmisbaar zijn in en buiten het onderwijs, hoe je een cultuur van maken stimuleert in buurten en bibliotheken, en wat het onderwijs en ouders kunnen leren van het maker-denken.
‘Techniek is geen magie, het is maakbaar’
Van woede naar missie
De kiem voor haar inzet werd al in haar jeugd gelegd. Poot groeide op in een creatief gezin waar zelf maken de norm was. Van wijn en jam tot wol verven: alles gebeurde met de hand. Haar vader werkte bij de radiotelescoop in Dwingeloo, waar de chaos van gereedschap en hightech naast elkaar bestonden. ‘Die combinatie van rommel en geavanceerde technologie vond ik prachtig. Ik denk dat ik daardoor zelf ook zo’n rommelaar ben geworden.’
Toen haar eigen kinderen vooral vermaak zochten op hun telefoon, vroeg haar vader haar dringend om daar iets aan te doen: ‘Ik wil dat alle kinderen makers zijn, net zoals jij.’ Dat verzoek leidde tot de oprichting van stichting Lekker Samen Klooien en later tot de samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), waar inmiddels tien maakplaatsen actief zijn.
Warmte en zelfvertrouwen
Wat gebeurt er in zo’n maakplaats? Het beeld varieert: de ene ruimte is rommelig en vol hangende projecten, de andere strak georganiseerd. Maar overal staan dezelfde gereedschappen klaar: van 3D-printers en lasersnijders tot robotica en naaimachines. Belangrijker dan de techniek is de sfeer. Kinderen voelen zich er vrij, veilig en serieus genomen.
Ze gaan niet alleen met een product naar huis, maar met een nieuw idee over zichzelf. Hun houding naar techniek verandert, en daarmee ook hun blik op de toekomst. Dat gevoel van zelfvertrouwen, van “ik kan dit”, dat is misschien wel de grootste opbrengst.
Democratisering van technologie
Maakonderwijs is voor Poot veel meer dan leren solderen of programmeren. Het is een manier om technologie te democratiseren. Ze legt uit: ‘Als je een apparaat niet kunt openmaken, bezit je het eigenlijk niet. Veel technologie dwingt ons in een consumentenrol. Maakonderwijs doorbreekt dat. Het laat kinderen zien dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen en dat techniek niet iets magisch is, maar iets waar je grip op hebt.’
Die houding is essentieel in een tijd waarin grote techbedrijven steeds meer invloed uitoefenen op onderwijs en samenleving. ‘We leiden kinderen niet op om passieve consumenten te worden, maar om bewuste burgers te zijn. Burgers die kritisch kunnen kiezen of ze wél of níet meegaan in een bepaalde technologische ontwikkeling.’
Netwerk en praktijk
De maakplaatsen in Amsterdam zijn onderdeel van de OBA en worden gedragen door een netwerk van partners, variërend van kunstinstellingen tot hogescholen. Toch benadrukt Poot dat je ook zonder groot netwerk kunt starten. Soms is één bevlogen leraar genoeg om het verschil te maken. ‘Je kunt morgen al beginnen, al is het met een doos oude materialen. Elke ervaring telt.’
Belangrijk is dat maakonderwijs meer is dan een losse gastles. Pas in een serie van meerdere bijeenkomsten krijgen kinderen de kans om te verdiepen, te falen, opnieuw te proberen en trots te zijn op hun resultaat. Die continuïteit vraagt om vaste begeleiders en een duidelijke plek binnen het onderwijsprogramma.
Tips voor scholen en regio’s
Wat werkt in de praktijk? Poot benadrukt twee dingen. Ten eerste: begin bij jezelf. Kies als leraar voor een project waar je je comfortabel bij voelt. ‘Straal vertrouwen uit, want kinderen voelen feilloos aan of je zelf onzeker bent.’ Ten tweede: wees niet te strak in methodes of stappenplannen. ‘Creativiteit laat zich niet vangen in tien vaste stappen. Als een kind bij stap één al een briljant idee heeft, moet je dat ruimte geven.’
Daarnaast helpt het om context en verhalen te geven, zodat kinderen techniek niet als iets abstracts zien. ‘Vertel hoe de boor ooit begon met iemand die met een stokje draaide. Dan begrijpen kinderen dat het niet gaat om “technisch zijn”, maar om nieuwsgierig zijn.’
Toekomstbeeld
Poots grote wens voor de komende tien jaar is dat maakonderwijs niet langer als iets bijzonders wordt gezien, maar gewoon als onderdeel van onderwijs. ‘Ik hoop dat kinderen in hun schooltijd vanzelfsprekend maakopdrachten doen, net zoals ze rekenen of taal leren. Niet als los project, maar verankerd in het curriculum.’
Want uiteindelijk gaat maakonderwijs over meer dan vaardigheden. Het gaat over eigenaarschap, creativiteit en democratie. Of zoals Poot het samenvat:
Met een potlood en wat tijd kun je de basis leggen. De rest is alleen maar ingewikkelder gereedschap. Het belangrijkste is dat kinderen ervaren dat ze zelf vorm kunnen geven aan hun wereld.
Bekijk of beluister de podcast
Bekijk hieronder het gesprek met Astrid Poot. Of beluister en abonneer je via Spotify of Apple Podcasts