Elke leerkracht is een techniekdocent. Die weet het alleen nog niet.

Veel toekomstige leerkrachten denken dat techniek niets voor hen is. Toch blijkt juist die overtuiging vaak de grootste drempel. In deze podcast ontdek je hoe pabostudenten tijdens een praktijkpilot ervaren dat techniek niet draait om ingewikkelde kennis, maar om nieuwsgierigheid, samenwerken en onderzoeken. Het resultaat? Meer zelfvertrouwen bij toekomstige leerkrachten én kinderen die hun pauze liever overslaan dan stoppen met bouwen. Lees het artikel of luister de podcast en ontdek waarom het techniekvonkje vaak begint bij de leerkracht.

In deze aflevering van de Techkwadraat Podcast gaat host Marije de Jonge in gesprek met pabostudent Charlotte van Es, pabodocent Gert van der Slikke en Ben Snoeijs van Techniekmaker. Samen bespreken zij hoe je toekomstige leerkrachten enthousiast maakt voor techniekonderwijs. Charlotte vertelt openhartig hoe zij zichzelf lange tijd absoluut geen ’techniekmens’ vond, maar tijdens een pilot ontdekte dat techniek veel minder draait om technische kennis dan om nieuwsgierigheid, onderzoeken en durven proberen. Wat gebeurt er als je studenten eerst zelf laat ontwerpen, bouwen en experimenteren? En wat doet dat vervolgens met de kinderen in de klas?

Een inspirerend gesprek over ontwerpend leren, zelfvertrouwen, de rol van de leerkracht én de vraag waarom misschien wel iedere leerkracht een techniekdocent kan zijn.

Bekijk of beluister de podcast

Bekijk hieronder het gesprek. Of beluister en abonneer je via Spotify of Apple Podcasts.

Veel pabostudenten beginnen hun opleiding met hetzelfde idee: techniek is niets voor mij. Ze zien zichzelf als een ‘echte alfa’, denken terug aan droge natuurkundelessen of ingewikkelde formules en vragen zich af hoe zij straks techniek moeten geven. Dat is niet zo vreemd. Juist die onzekerheid is een van de redenen waarom techniekonderwijs in het basisonderwijs nog niet vanzelfsprekend is. Zo besteedt ongeveer 40% van de basisscholen weinig of geen aandacht aan Wetenschap & Technologie (W&T). Leerkrachten noemen een overvol curriculum (71%) en een gebrek aan technische kennis (38%) als grootste belemmeringen. Tegelijkertijd blijft Nederland achter als het gaat om de instroom in technische en digitale opleidingen: slechts 18,6% van de studenten in het hoger onderwijs kiest voor een STEM-opleiding, terwijl de Europese ambitie voor 2030 op 32% ligt.

Maar wat gebeurt er als je niet begint met techniek, maar met nieuwsgierigheid?

Dat is precies de vraag die centraal staat in een pilot op de Haagse Hogeschool. In de Techkwadraat Podcast vertelt pabostudent Charlotte van Es hoe zij, ondanks haar eigen twijfels over techniek, een projectweek verzorgde waarin leerlingen zó enthousiast werden dat ze hun pauze liever oversloegen dan stopten met bouwen.

Eerst zelf ervaren

Tijdens de pilot stappen pabostudenten eerst zelf in een ontwerptraject. Ze ontwerpen, bouwen, testen, beginnen opnieuw en ontdekken dat fouten maken juist onderdeel is van leren. Pas daarna staan ze voor de klas. Die volgorde blijkt cruciaal. Door eerst zelf te ervaren hoe leuk én leerzaam ontwerpend leren is, groeit het vertrouwen van studenten. Ze ontdekken dat techniek veel minder draait om het juiste antwoord en veel meer om vragen stellen, onderzoeken en samen oplossingen bedenken. Die ervaring nemen ze vervolgens mee naar hun basisschoolleerlingen.

Niet beginnen met techniek, maar met een avontuur

De projectweek begint opvallend genoeg niet met een uitleg over techniek. De studenten komen binnen met een theatrale opening: een boot is gezonken, alle digitale middelen zijn uitgevallen en de kinderen moeten bedenken hoe ze weer veilig aan land komen. Vanaf dat moment ontstaat een betekenisvolle opdracht waarin taal, rekenen, geschiedenis, ontwerpen en techniek als vanzelf samenkomen. De kinderen bouwen prototypes of, zoals Charlotte ze noemt, ‘spuugmodellen’ testen hun ideeën, verbeteren hun ontwerp en presenteren uiteindelijk hun oplossing. Techniek is daarmee geen los vak meer, maar een manier om echte problemen op te lossen.

De leerkracht hoeft niet alles te weten

Tijdens het ontwerpen weten ook de leerkrachten niet altijd direct het antwoord. En juist daarin zit de kracht. In plaats van kennis overdragen, denken leerkracht en leerling samen na, proberen ze oplossingen uit en leren ze van wat niet werkt. De rol van de leerkracht verschuift van instructeur naar coach. Dat vraagt lef, maar levert veel op: meer eigenaarschap, meer nieuwsgierigheid en meer ruimte voor onverwachte talenten. Zoals in de podcast meerdere keren terugkomt:

je hoeft geen techniekexpert te zijn om goed techniekonderwijs te geven. Een onderzoekende houding is vaak belangrijker dan alle antwoorden al kennen.

Ineens zie je andere kinderen

Een van de mooiste observaties uit de pilot is dat juist leerlingen die tijdens traditionele lessen minder opvallen, tijdens het ontwerpen helemaal opbloeien. Kinderen die moeite hebben met taal of stilzitten blijken uitstekende probleemoplossers. Ze nemen initiatief, werken samen, leggen hun keuzes uit en blijven zelfs tijdens de pauze doorbouwen. Dat bevestigt wat steeds meer onderzoek laat zien: technologieonderwijs ontwikkelt niet alleen technische vaardigheden, maar ook samenwerking, creativiteit, taalvaardigheid, kritisch denken en probleemoplossend vermogen.

Het werkt. En dat zie je terug in de cijfers.

De ervaringen van Charlotte staan niet op zichzelf. Ook de effectmeting van de pilot laat zien dat deze aanpak verschil maakt. Zo halveerde het aandeel studenten dat aangaf techniekles geven ‘(helemaal) niet leuk’ te vinden. Daarnaast voelde 58,6% van de studenten zich na afloop (enigszins) bekwaam om techniekonderwijs te verzorgen. Ook gaf meer dan de helft aan later daadwerkelijk vaker technieklessen te willen geven. De grootste verandering zit dus niet alleen in kennis, maar vooral in zelfvertrouwen. Zodra studenten ervaren dat techniek toegankelijk en leuk kan zijn, groeit ook hun motivatie om het later zelf een plek te geven in hun onderwijs.

Investeren in de leerkracht

Om meer pabostudenten deze ervaring te laten opdoen, stelt Stichting UpgradeNL voor het schooljaar 2026-2027 een budget van €40.000 beschikbaar. Daarmee worden pabo’s ondersteund bij het integreren van techniek in hun curriculum. Denk aan kant-en-klare lesblokken, digilessen en ondersteuning bij het werken met alledaagse materialen en ‘loose parts’, zodat techniek makkelijker verweven kan worden met bestaande vakken.

Het techniekvonkje begint bij de leerkracht

De belangrijkste les uit de pilot is misschien wel dat de grootste verandering niet plaatsvindt bij de kinderen, maar bij de toekomstige leerkracht. Wanneer studenten zelf ervaren hoe leuk, betekenisvol en toegankelijk techniek kan zijn, verandert hun beeld van techniek én van zichzelf. En precies daar ontstaat het techniekvonkje.

Want als de leerkracht ontdekt dat techniek niet draait om perfecte antwoorden, maar om nieuwsgierig durven zijn, is de kans groot dat dat enthousiasme overslaat op de klas.

Ook interessant

Reactie, vraag of suggestie?

Denk mee, doe mee en deel met ons!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Wil je graag onze nieuwsbrief ontvangen?