Techkwadraat Achterhoek: ‘Een goede leskist alleen is niet genoeg’

In de Achterhoek ontwikkelden onderwijs en praktijk samen leskisten die drempels verlagen en direct aansluiten bij wat leerkrachten nodig hebben. Maar het succes zit niet alleen in de kist zelf, juist alles eromheen maakt het verschil. Ontdek hoe deze aanpak leidt tot blijvende inzet én wat andere regio’s hiervan kunnen leren.

In deze serie praktijkverhalen staat telkens een Techkwadraat-regio centraal. Met inspirerende voorbeelden laten we zien hoe je technologieonderwijs vormgeeft in de praktijk. En die verhalen zijn hard nodig. Technologie speelt namelijk een steeds grotere rol in ons dagelijks leven. In Nederland komen gelukkig steeds meer kinderen en jongeren binnen en buiten de school in aanraking met techniek en technologie. En dat willen we je graag laten zien: het kan dus wél.  

In de Achterhoek werken Jacqueline Cremer, leerkracht en ICT-coördinator, Tijs Grevink, bovenschools ICT’er en Arno Ikink, leerkrachten ondernemer samen aan de ontwikkeling van leskisten voor het primair onderwijs. Dit bleek een gouden combinatie. Jacqueline brengt onderwijskundige kennis mee, Tijs ontwikkelt en test de leskisten in de praktijk van de klas en Arno richt zich op proces, distributie en de communicatie. Samen werken zij aan het doel om technologieonderwijs toegankelijk maken voor zoveel mogelijk basisscholen. 

Die gezamenlijke zoektocht leidde tot de opvallende keuze om leskisten te ontwikkelen in de regio. Deze kisten kunnen scholen eenvoudig inzetten binnen hun bestaande onderwijsaanbod. Toch zijn deze leskisten zelf volgens de betrokkenen slechts maar een deel van het verhaal. De echte uitdaging zit in de vraag hoe je ervoor zorgt dat leerkrachten ze ook daadwerkelijk gebruiken. ‘Een goede leskist alleen is niet genoeg,’ zegt Arno.

We horen op veel plekken dat leskisten uiteindelijk ergens achter in een kast belanden. Daarom hebben wij vanaf het begin goed gekeken naar alles wat er om die leskist heen nodig is.

Ontwikkeld vanuit de praktijk, verankerd in theorie 

De leskisten zijn niet achter een bureau bedacht. Voordat de eerste leskist werd ontwikkeld, organiseerde de regio verschillende sessies met leerkrachten, ICT-coördinatoren, schoolleiders en andere betrokkenen uit het onderwijs. Daarbij stelden ze zichzelf de vraag waar scholen behoefte aan hebben. Jacqueline Cremer, leerkracht, bovenschools ICT’er en betrokken bij de ontwikkeling van de leerlijn vertelt:

We hebben juist gevraagd waar scholen tegenaan lopen en wat zij nodig hebben om technologieonderwijs een plek te geven. Uit die gesprekken kwam een duidelijk beeld naar voren. Leerkrachten hebben behoefte aan structuur, beperkte voorbereidingstijd en praktische ondersteuning. Daarnaast voelen veel leerkrachten zich nog onzeker als het gaat om techniek en technologie. Ook werd duidelijk dat leerlingen, binnen een gestructureerde opdracht vooral leren door zelf aan de slag te gaan. Die inzichten zijn gebaseerd op onderzoek naar ‘scaffolding’ (letterlijk een steiger bouwen). Bij het oplossen van een probleem is er een hiërarchische structuur van vaardigheden. Voordat je vaardigheden van een hoger niveau aan kunt, moet je eerst de onderliggende vaardigheid onder de knie hebben. Een goede leskist helpt bij het aanbrengen van die structuur. Die gesprekken en inzichten uit theorie vormden de basis voor de verdere ontwikkeling van de leskisten.

De drempel zo laag mogelijk maken 

Volgens Tijs Grevink, leerkracht en ontwikkelaar van de eerste leskist, draait alles om het wegnemen van drempels. ‘De eerste leskist richt zich op robotica en digitale geletterdheid, thema’s die in de toekomst een steeds belangrijkere plek krijgen binnen het onderwijs.’ zegt hij. ‘Leerkrachten moeten er uiteindelijk iets mee gaan doen. Maar dan moet je het wel zo aanbieden dat het haalbaar voelt.’ Daarom bevat iedere leskist niet alleen materialen, maar ook uitgebreide ondersteuning. Met behulp van instructievideo’s worden leerkrachten stap voor stap meegenomen door de les. Zelfs eenvoudige handelingen worden voorgedaan. Moeten leerlingen bijvoorbeeld een kabel aansluiten, dan stopt het filmpje automatisch. Pas wanneer iedereen zover is, klikt de leraar het filmpje weer aan voor de volgende stap. ‘In feite hoef je als leerkracht alleen het filmpje aan te zetten en te begeleiden,’ zegt Tijs. ‘En dat werkt heel erg goed.’ Om te testen hoe toegankelijk de leskist daadwerkelijk was, liet hij een collega de les verzorgen die weinig ervaring had met technologieonderwijs. Zelf liep hij na de start van de les bewust weg uit het lokaal. ‘Toen ik later terugkwam, had iedereen het eindresultaat gehaald,’ vertelt hij.

Ook een onderwijsassistent en een stagiair hebben de les gegeven zonder extra ondersteuning.

Niets extra’s 

Een veelgehoorde zorg in het basisonderwijs is dat technologieonderwijs wordt gezien als iets dat boven op alle bestaande taken komt. Juist daarom probeerden de ontwikkelaars vanaf het begin aan te sluiten bij wat er al gebeurt in scholen. Tijs zag die verandering ook bij collega’s terug.

Ik had een collega die altijd zei: “Hier heb ik geen tijd voor. Taal en rekenen gaat voor alles.” Diezelfde collega volgde later een opleiding tot taalcoördinator en ontdekte daarbij hoeveel overeenkomsten er zijn tussen taalonderwijs en vaardigheden als programmeren en probleemoplossend denken. Ze maakte eigenlijk een draai van 180 graden, nu zet ze de materialen juist enthousiast in.

Een leskist is nooit af 

Een andere belangrijke les die ze hebben geleerd is dat onderwijsontwikkeling nooit klaar is. De eerste leskist is inmiddels meerdere keren aangepast op basis van ervaringen uit de praktijk. ‘We ontwikkelen niet iets en zetten het vervolgens weg,’ zegt Arno. ‘We halen actief feedback op, draaien pilotlessen en verbeteren de materialen continu. Ook de eerste uitleenronde leverde waardevolle inzichten op. Alle beschikbare exemplaren werden direct uitgeleend aan scholen. Verschillende leerkrachten gaven aan verrast te zijn over hoe eenvoudig de materialen zijn in te zetten. Maar ook andere feedback wordt gebruikt om de volgende versies verder te verbeteren.’ Volgens Arno is die voortdurende cyclus van ontwikkelen, testen en aanpassen dus het grote succes van deze kisten. 

Meer dan alleen de inhoud 

Naast de inhoud van de leskisten wordt ook veel aandacht besteed aan praktische zaken. Want al is de leskist nog zo leuk, hij wordt niet vaak gebruikt als het organiseren ervan te veel tijd kost. Daarom wordt gewerkt aan een regionaal uitleensysteem met meerdere depots verspreid over de Achterhoek. Scholen kunnen leskisten reserveren, ophalen en terugbrengen via een centraal systeem. Daarnaast wordt onderzocht hoe het beheer en vervoer van de leskisten zo eenvoudig mogelijk kan worden georganiseerd. ‘We willen scholen ontzorgen,’ zegt Jacqueline. ‘Dat is eigenlijk steeds ons uitgangspunt geweest.’ Maar ook aan leerlingen wordt gedacht geeft ze aan.

Omdat de kist te leen is via de bibliotheek kunnen ze er ook buiten school mee aan de slag.

Deze samenwerking met de bibliotheek is vrij bijzonder. Arno: ‘We zijn zelf het gesprek aangegaan met om met hen te verkennen waar onze kansen liggen en hoe we elkaar kunnen versterken.’ Dat initiatief kreeg al snel vervolg. ‘We sloten ons aan bij een werkgroep Digitale Geletterdheid vanuit de bibliotheek. Daar hebben we echt gebrainstormd over hoe we samen impact kunnen maken.’ Inmiddels is er een reeks concrete initiatieven ontstaan.

We lenen niet alleen de leskisten uit, maar er worden onder andere ook lessen in- en vanuit de bibliotheek gegeven met behulp van de leskisten, en er worden instructievideo’s opgenomen.

Leren van én met elkaar 

Volgens de drie betrokkenen is de sterke samenwerkingscultuur in de Achterhoek een belangrijke verklaring voor het succes van dit project. Uit recent onderzoek (Waslander 2026) is gebleken wat kenmerken zijn van succesvolle samenwerkingsnetwerken, zoals een gezamenlijke visie, onderling vertrouwen en het uitwisselen van ideeën, kennis en informatie. In de Achterhoek weten scholen, bestuurders, ondernemers en onderwijsprofessionals elkaar goed te vinden en zijn bereid om tijd te investeren in gezamenlijke oplossingen. Die samenwerking maakt het mogelijk om snel te schakelen, feedback op te halen en ideeën verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd zouden andere regio’s hiervan kunnen leren. 

‘Begin met het luisteren naar de mensen die ermee moeten werken,’ geeft Tijs aan. ‘De leskisten zijn uiteindelijk niet ontstaan omdat wij dat bedacht hadden,’ zegt Jacqueline. ‘Ze zijn ontstaan vanuit de behoefte van scholen. Dergelijke oplossingen werken alleen als het aansluit bij de dagelijkse praktijk van leerkrachten.’

Misschien ook interessant?

Reactie, vraag of suggestie?

Denk mee, doe mee en deel met ons!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Wil je graag onze nieuwsbrief ontvangen?